De omgevingen

Gepost door Fam. Meijer op 4 november, 2009  

De Noordpolder

De Noordpolder is in 1811 aangelegd. Door een nieuwe zeedijk aan te leggen werd het zeewater bij vloed tegengehouden, waardoor de polder droogviel.
Voor de inpoldering was de Noordpolder een kwelder zoals je die nu ten noorden van de waddendijk aantreft. Men liet er vroeger al vee grazen en bewerkte de hoger gelegen delen van de kwelder.

Boeren van het vaste land deden al aan landaanwinning, op een manier zoals de overheid dat later ook deed. Houten palen werden op geringe afstand van elkaar in de zeebodem geslagen. Door de golven meegevoerde zanddeeltjes bezinken achter deze palen. Er volgde een begroeiing van planten die het zand nog beter vast konden houden en het land groeide aan.

Vroeger was het zo dat hoe meer land je had, des te meer je het voor het zeggen had in de lokale besturen. Het was daarom ook niet zo verwonderlijk dat er veel land aangewonnen werd en dat de zeedijk in de loop van de jaren steeds opschoof.

Er bestaan vandaag de dag nog steeds twee boerderijen, die er al waren voor de inpoldering. Bij hoog water stonden ze op een verhoging in zee. Vandaar de namen Groot Zeewijk en Klein Zeewijk. Groot Zeewijk is onze buurman en qua oppervlak nog steeds een van de grootste boerderijen van Nederland.

In de polder pleegde men voornamelijk landbouw. De gewassen werden na de oogst eerst opgeslagen in de schuur. Later werden ze per trekschuit vervoerd naar de stad. Dit is dan ook de reden dat er in de polder een kanaal ligt.
Op ons terrein bevindt zich nog steeds een “wijk”. Dit is een zijkanaaltje naast de boerderij, waar de pramen beladen werden met landbouwgewassen.
De schuur met daarin de groepsaccommodatie is over het laatste stukje van deze wijk heen gebouwd. De wijk is nu niet meer verbonden met het kanaal.

Via het sluisje van Warffum kon men met de trekschuit vanaf het polderkanaal op het Warffumermaar komen en via Onderdendam de stad Groningen bereiken.  


Het Wad

Sta je op de dijk bij Noordpolderzijl en je tuurt over het wad, dan zie je rechts van je het Duitse eiland Borkum. Vanuit de Eemshaven vertrekt de boot naar Borkum. Kijk je vanaf de dijk in Oostelijke richting, dan kun je het windmolenpark van de Eemshaven zien.

Recht tegenover Noordpolderzijl ligt Rottumeroog. Begin jaren negentig heeft de overheid besloten om de kust van dit eiland niet langer te beschermen. Sindsdien heeft er veel afslag aan met name de westzijde plaatsgevonden. Daarentegen groeit de oostzijde weer aan, waardoor het eiland richting Duitsland “wandelt”. Helaas is de afslag groter dan de aangroei, waardoor het eiland kleiner is geworden. Uiteindelijk zal het in zee verdwijnen.

Links van Rottumeroog ligt Rottumerplaat. Rottumerplaat groeit als geen ander en is inmiddels al geen plaat meer, maar een echt eiland. Het lijkt alsof de natuur zich hersteld heeft, want Rottumerplaat ligt nu op de plek waar eens Rottumeroog lag. Beide eilanden zijn natuurgebieden en niet vrij toegankelijk. Links van Rottumerplaat ligt Schiermonnikoog.

Vanaf de dijk, zie je al kijkend over het wad achtereenvolgens de kwelder, de landaanwinning, het Wad en de eilanden.

De kwelder herbergt een grote diversiteit aan planten en vogels. Sommige planten zijn eetbaar en zeer smakelijk. Anderen weer vies. Een goede waddengids kan je vertellen over deze zeegroenten en je laten proeven van de juiste planten.

Na de kwelder volgt de landaanwinning. In de crisisjaren werden werklozen uit alle delen van het land, onder andere te werk gesteld in de landaanwinning.
Aan de westzijde van de Noordpolder tref je het oude barakkenkamp en een monument die nog aan de tewerkstelling herinneren. Begin jaren zeventig is men met de aanwinning gestopt en heeft men het gelaten voor wat het is.

Tussen de vakken van houten paaltjes fourageren diverse wadvogels. De waddengids kan je ook hier laten proeven van wat het wad voor ons verborgen houdt.

Het haventje

Door de inpoldering werd de toegang van vanaf zee, naar de havens Usquert en Warffum afgesneden. Men leefde vroeger van de garnalenvangst en van de robbenjacht. Als compensatie voor de garnalenvissers werd buitendijks een nieuwe haven aangelegd. Het werd een getijdenhaven, wat inhoudt dat de schepen alleen bij hoogwater in en uit kunnen varen.

In de zeedijk kwam een sluisdeur. Bij laag water werd deze opengezet om overtollig water af te voeren. Bij hoogwater ging de deur dicht om het land te beschermen tegen het wassende water. Door deze sluis kreeg de haven de naam Noordpolderzijl. Zijl is namelijk het Groninger woord voor sluis. Naast de sluis verrees een sluiswachterwoning, Het Zielhoes. Het Zielhoes is van oudsher eigendom van het waterschap. Thans van de gemeente Eemsmond. De jaarlijkse waterschapsvergaderingen werden hier gehouden. Vanaf het platte dak kon men over de dijk kijken om zo in het najaar de hoge waterstanden en het haventje in de gaten te houden.

Momenteel herbergt het Zielhoes een schattig en ouderwets huiskamercafé.
In de zaal achter het café worden kleinschalige concerten gehouden onder de titel: “Muziek bie Diek.”

Vanuit Noordpolderzijl worden onder begeleiding van een ervaren gids wadlooptochten gehouden. Bij een wadlooptocht wordt er overgestoken naar een Waddeneiland. Bij een wadzwerftocht gaat men wel het wad op, maar blijft men aan de zijde van het vaste land.

Ook is het mogelijk om vanuit de haven een boottocht te maken, om wad te kunnen lopen, om droog te vallen op een zandplaat, of voor een excursie naar het onbewoonde eiland Rottumeroog. Via De Waddenhoeve kan men eventueel, individueel in aanmerking komen voor deze excursie. Grote groepen worden niet toegestaan. Er bestaat echter wel een wachtlijst.

De Maren

De Groninger maren zijn voormalige slenken waardoor het water bij eb terug naar zee stroomde. Er waren toen nog geen dijken. De mensen leefden op terpen, ook wel wierden genaamd.

Na het aanleggen van de zeedijken, is het water in de maren achtergebleven en werden ze als vaarweg gebruikt om landbouwproducten door middel van een trekschuit naar de stad af te voeren. Vandaag de dag zijn de maren zeer in trek bij rustminnende natuurliefhebbers en kanovaarders.


Het Hogeland en De Marne

Dit zijn twee landstreken waar het landschap nagenoeg nog onaangetast is. Je treft er oude dorpskernen op de wierden, kronkelige landweggetjes, glooiingen in het land, statige oude boerderijen, borgen, watertjes, natuur en oude kerkjes.